GeRMAANSE PUT

Notaris Dinger was eigenaar van het vroeger geheten landgoed 'de Valk’, een waar archeologisch eldorado. Het bevatte de nog zichtbare resten van akkers uit de IJzertijd, enkele grafheuvels en deze prehistorische waterput die bekend nu bekend is als de Germaanse Put. 
Kapitein Hendrik Bellen had in de twintiger jaren als kapitein bij de infanterie gediend en vertoonde zich sindsdien altijd in legeruniform.Hij wenste de rest van zijn leven ook met kapitein aangesproken te worden. Bellen was echter eerst en vooral een verwoed amateurarcheoloog. Geen opgraving en prehistorische vondst of Bellen was erbij betrokken. Veel van wat we nu over het archeologisch verleden van Lunteren weten is door hem aangedragen. Zijn grote verdienste bestond eruit dat hij zijn vondsten uitvoerig documenteerde. Beroemd zijn de agenda’s waarin hij schetsjes maakte en zijn bevindingen noteerde. Zo kunnen we nog steeds een goed beeld krijgen van de opgravingen en vondsten uit zijn tijd die een belangrijk onderdeel vormen van een wandeling door dit gebied.

Een markante notaris als medestander
Notaris Dinger was een belangrijk medestander voor het archeologisch onderzoek van Bellen. Dinger beheerste als notaris meer dan een halve eeuw het openbare leven in Lunteren. Hij kocht al vroeg in de 20e eeuw grote stukken land om ze te behoeden voor ontginning en bebossing. Zo is door zijn toedoen Het Wekeromse Zand bewaard gebleven. Ook verwierf hij het ernaast gelegen landgoed ‘de Valk’, een waar archeologisch eldorado. Het bevatte de nog zichtbare resten van akkers uit de IJzertijd, enkele grafheuvels en deze prehistorische waterput die bekend nu bekend is als de Germaanse Put.

wekeromse-zand-middelpunt-van-nederland

Kapitein Bellen

Rutger Dinger

Dinger stimuleerde onderzoek naar de oudste geschiedenis van Lunteren. Zo verrichtte het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden op zijn initiatief enkele belangrijke opgravingen op zijn landgoed in de jaren 1939-1941. Dr. Bursch, toentertijd conservator van het museum, ontdekte hier enkele plattegronden van boerderijen die bij de akkers uit de IJzertijd hoorden. Dinger zelf had de leiding over het onderzoek van de Germaanse Put. Die bleek een nog deels intacte boomstamput uit de IJzertijd te bevatten. Vermoedelijk is deze kuil grotendeels door mensenhanden gegraven omdat hier het water dicht onder het oppervlak zat. Zeker is dat deze put enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling in gebruik was. Toen is een uitgeholde boomstam ingegraven om de inloop van zand en modder tegen te gaan. Het hout is middels de C14-methode gedateerd op ca 300 jaar v.Chr. Niet ver van deze put zijn boerderijen uit dezelfde periode opgegraven. De bewoners en hun vee waren van hun watervoorziening grotendeels afhankelijk van deze bron. 

Het nu zichtbare gedeelte van de putwand is een reconstructie van de oorspronkelijke putwand. Er onder bevinden zich nog de originele resten uit de IJzertijd.

Stenen bijl bij notarisbank
Het is een aardige samenloop van omstandigheden dat één van de mooiste stenen bijlen van de streek is gevonden bij het aanleggen van een monument ter ere van deze markante notaris.

Germaanse Put grondprofiel