Wildwal (Middeleeuwen)

Al in de 16e en de 17e eeuw was er sprake van kilometerslange, aaneengesloten wildwallen op de Veluwe. Ofschoon die voor verschillende doeleinden werden aangelegd was het weren van wild van akkers en uit de dorpen, de belangrijkste reden voor het opwerpen van die wallen. Herten, reeën en wilde zwijnen zorgden voor enorm veel overlast en schade. De wallen dienden vaak ook als grenswal omdat ze op eigendomsgrenzen werden aangelegd.

Wie de topografische kaart van de Veluwe, editie 1865/1871, bekijkt, ontdekt daarop aan de westelijke Veluwezoom, ter hoogte van Lunteren, een ingetekende ‘wildwal’. Op
een eerdere, militaire kaart uit 1850 is de wal eveneens afgebeeld maar na 1871 komt deze op moderne kaarten niet meer voor. De wildwal, ook wel wildvrede genoemd, wordt eveneens genoemd in het buurtboek van de Buurt Lunteren en Meulunteren.
Op een topografische kaart uit 1905, afgebeeld in het boekje “Van woeste gronden” (Ede, 2005), is duidelijk te zien dat de wal het gebied van het Luntersche Buurtbosch doorsnijdt. Het gedeelte van de Meulunterenseweg tot aan de Goorsteeg was toen nog intact. Oorspronkelijk liep de wal door tot aan Wageningen, een totale afstand van 21 kilometer.

Nadat de wildstand op de Veluwe in de 17e eeuw was afgenomen, nam deze in de daarop volgende eeuw weer toe. Daardoor werd het herstel en onderhoud van de verwaarloosde wildwallen weer opportuun. In 1771 werd de “Lunterse wildwal”, om hem zo maar even te noemen, dan ook ingrijpend gerestaureerd. De wildwal, die op sommige stukken dubbel werd uitgevoerd, bestond uit een echte wal met daarnaast, aan de kant van de woeste grond van waaruit het wild de akkers naderden, een greppel. Op de wal ter hoogte van Lunteren werd in plaats van eikenhakhout een schutting geplaatst.

Jac. Gazenbeek gaf in een uit 1947 stammende publicatie wat nadere bijzonderheden over het herstel van de wal in 1771. De greppel werd 7,5 voet breed en drie voet diep. De wal zelf was drie voet hoog (Gelderse voet = 27,19 cm). Op die wal stond nog eens een hekwerk van palissaden van drie voet hoog, bestaande uit palen die op een onderlinge afstand van 1,5 roe (één roe is circa 3,75 m) met planken daartussen.
De wildwal had op een aantal plaatsen doorgangen die door middel van een klaphek werden afgesloten. De herstelkosten werden destijds begroot op f. 700,- maar kwamen uiteindelijk 122 gulden duurder uit.

In het Buurtbosch is nog steeds een stuk van de wildwal terug te vinden.

Aan de Galgenbergweg werd in 1948 een camping aangelegd die de naam “De Wildwal” zou krijgen. Later werd het een groepsaccommodatie die door de jaren heen veel scholen, verenigingen en sportclubs mocht ontvangen.